Kayleigh (25 jaar): “Door erover te praten, voelde ik mij gezien”

Op mijn 15e kreeg ik in de gaten dat ik mantelzorger ben. Mijn moeder vroeg mij toen of ik een weekendje weg wilde met andere jonge mantelzorgers. Tot dat moment waren we in mijn ogen een volstrekt normaal gezin. Mijn ouders wilden mijn oudere broer en mij zo min mogelijk belasten met de zorg voor onze jongste broer Jethro, die een ernstige meervoudige beperking heeft. Natuurlijk ontkwamen we er niet aan om af en toe te helpen met eten geven, luiers verschonen of het aankleden. Als er iets met Jethro was, pasten wij ons automatisch aan. Zo zette ik het eten op tafel als mijn ouders met hem naar het ziekenhuis moesten. Dit heeft mij al vroeg zelfstandig gemaakt. Aan de andere kant kreeg ik wel last van faalangst. Op school wilde ik alles zo goed mogelijk doen, omdat mijn ouders altijd zo druk waren met Jethro. Ik cijferde mezelf steeds vaker weg. Dat merkte ik bijvoorbeeld tijdens mijn stage, waar ik heb moeten leren ruimte op te eisen in de drukke agenda’s van mijn begeleiders.

Op de basisschool wist iedereen van mijn thuissituatie. Op de middelbare school heb ik het alleen aan vriendinnen en mijn mentor verteld. Dat was een bewuste keuze. Ik herinner me dat we met de hele klas een keer naar een film keken over een jongen zonder armen en benen. Na afloop maakten een paar jongens hier grappen over. Dat deed pijn. De mentor heeft de jongens daar toen op aangesproken en kwam na de les even naar me toe om te vragen hoe het met mij ging. Dat gaf me het gevoel dat ik gezien werd. Dat gevoel kreeg ik ook bij Steunpunt Mantelzorg. Want zorgverleners in het ziekenhuis of de woongroep spraken altijd alleen met onze ouders. Mijn broer en ik werden er nooit bij betrokken.

Het moment dat ik besefte dat ik mantelzorger was, bracht een ommekeer teweeg. Het was een verademing om met mensen te praten die je oprecht begrijpen. Mijn vriendinnen deden hun best, maar helemaal snappen deden ze het niet en dat kan ik ze ook niet kwalijk nemen. Een paar jaar lang ben ik meegegaan met de mantelzorgweekendjes van Steunpunt Mantelzorg en deed ik mee aan verschillende activiteiten. Behalve dat het prettig was om met elkaar te praten, was het fijn om leuke dingen samen te doen. Ik heb zo zelfs mijn vriend leren kennen. Hij is ook mantelzorger. Zijn broer heeft een verstandelijke beperking en een stofwisselingsziekte. We begrijpen elkaars situatie hierdoor heel goed.

Jethro is nu 22 jaar en woont in een woongroep. Elke dinsdag komt hij thuis. Vanwege de coronamaatregelen heb ik hem weken niet kunnen zien en ik merk dat dit wel wat met mij doet. Ik wil hem zo graag een knuffel geven. Ik weet natuurlijk dat het nodig is, maar snapt Jethro waarom hij ons al zo lang niet heeft gezien?

Ik denk veel na over de toekomst. Voor het geval mijn ouders komen te overlijden, hebben we een aantal zaken laten vastleggen. Als het zover is, neem ik alle zorg die Jethro nodig heeft over. Mijn broer neemt het financiële gedeelte voor zijn rekening. Ik hoop heel erg dat Jethro mijn ouders nog lang niet hoeft te missen. Ik wil wel zijn zus blijven en niet een soort vervangende moeder worden. Ik vind het fijn dat ik nu weet dat ik hulp kan vragen bij het steunpunt als dat nodig is, want ik weet dat de zwaarste periode nog gaat komen.

Deel je zorg
Goed zorgen voor een ander is iets moois. Hierbij is het belangrijk dat je ook goed voor jezelf blijft zorgen. Dit doe je door over je zorg(en) te praten, je grenzen aan te geven en hulp te zoeken als het nodig is. Kijk op www.jmzer.nl of stuur een berichtje naar info@vithulpbijmantelzorg.nl, of bel naar VIT-hulp bij mantelzorg 0544 82 00 00.